“We hebben die wedstrijd gruwelijk verloren”
Maarten Leune over veertig jaar vaardigheidstoetsen, van deelnemer tot grondlegger van de klasse Brandbestrijding
Verhalen van Vakbekwaamheid | Deel 4, een serie in het kader van 80 jaar ABWC
Maarten Leune kent de vaardigheidstoetsen van alle kanten. Als deelnemer, als bevelvoerder, als waarnemer, als provinciaal wedstrijdleider in Zeeland en als drijvende kracht achter de nieuwe klasse Brandbestrijding. Zijn verhaal met het ABWC begint in 1984, met een verloren vaardigheidstoets en een instructeur die als waarnemer langs het scenario liep.
Een eerste kennismaking met de knoop in de maag
In 1983 begon Maarten bij de brandweer. Een jaar later mocht hij voor het eerst meedoen aan een vaardigheidstoets, als nummer vijf bij een lagedruk eerste klas inzet. Het scenario speelde zich af bij een kerk in Serooskerke op Walcheren, een vierstraleninzet. Het liep niet bepaald soepel. Midden in de inzet hoorde Maarten ineens commando’s. Het bleek zijn eigen instructeur te zijn, die niet als bevelvoerder meedeed maar als waarnemer rondliep. “We hebben die vaardigheidstoets godgruwelijk verloren”, vertelt hij lachend. Maar het virus was overgedragen. Vanaf dat moment deed Maarten vrijwel ieder jaar mee.
Van Arnemuiden naar Oosterland
In 1987 verhuisde Maarten van Arnemuiden naar Nieuwerkerk en werd lid van blusgroep Oosterland. Daar trof hij een korps met bijna dertig man, een dubbele bezetting. Ieder jaar deden er moeiteloos twee ploegen mee aan de vaardigheidstoetsen. Je moest maar afwachten of je in de ploeg zat, want er waren meer gegadigden dan plekken. “Als je dan ziet hoe dat nu veranderd is… Soms moet er nu echt gepraat worden om een ploeg bij elkaar te krijgen. Dat was toen heel anders.”
Met Oosterland doorliep Maarten alle niveaus. Provinciaal, gewestelijk, en uiteindelijk een landelijke finale in Dronten waar ze derde werden. Rond 1992 haalde hij zijn bevelvoerdersdiploma en stond hij vanaf dat moment vrijwel altijd voor de ploeg. Later deed hij ook mee als officier van dienst in de hoofdklasse.
Van deelnemer naar waarnemer
De overstap naar de andere kant van het scenario ging geleidelijk. Eerst mocht Maarten meelopen als tijdwaarnemer, want in die tijd had je het instructeursdiploma nodig om te mogen waarnemen. Na dat diploma ging het snel. Hij begon als baarcommissaris en klom op tot het punt dat hij zelf les gaf aan de leergang bevelvoerder. Vanaf dat moment was hij bij ontelbare vaardigheidstoetsen waarnemer, als bevelvoerder, teamleider of OVD.
Wedstrijdleider in Zeeland
Toen Gert Mulder gevraagd werd als landelijk wedstrijdleider, schoof Maarten door als provinciaal wedstrijdleider in Zeeland. Hij deed dat niet alleen. Patrick de Klerk kwam erbij, en de afspraak was helder: als Maarten zou stoppen, zou Gert terugkomen naar Zeeland om de continuïteit te waarborgen. “Dat heb ik een aantal jaren gedaan, met heel veel plezier.”
De nieuwe klasse Brandbestrijding
De laatste grote klus die Maarten voor het ABWC deed, was misschien wel de meest bijzondere. Hij stelde een projectgroep samen met mensen uit het hele land om pilots te draaien voor een compleet nieuwe klasse: Brandbestrijding. Door zijn jarenlange werk bij het examenbureau van de brandweer had Maarten een enorm landelijk netwerk opgebouwd. Dat kwam goed van pas bij het samenstellen van de werkgroep.
Corona gooide roet in het eten en zorgde voor vertraging, maar uiteindelijk werd de klasse gerealiseerd. “Als je dan nu het resultaat ziet, als het draait, dan ben ik er best wel trots op.”
De brug tussen opleiding en toetsing
Maartens betrokkenheid bij het ABWC liep altijd parallel aan zijn werk in de brandweeropleidingen. In 2001 ging hij werken bij het examenbureau van de brandweer, waar hij meeschreef aan kwalificatieprofielen, toetsingskaders en opleidingsvernieuwingen voor vrijwel alle brandweerfuncties. Die kennis bracht hij direct in bij het ABWC.
“In het begin was het verhaal van de waarnemer: dit heb je fout gedaan. Uiteindelijk werd het: laat zien wat je kan, doe het efficiënt, veilig en verantwoord. En daar waarderen we op.” Samen met mensen als Joop Huizing, die ook in veel ontwikkelgroepen zat, hielp Maarten die nieuwe manier van beoordelen binnen het ABWC te brengen. De terugkoppeling na afloop, de leerpunten die je als ploeg meekrijgt: dat was er vroeger niet. Na de prijsuitreiking zochten deelnemers de waarnemers op met vragen als “waarom dit, waarom dat”. Dat is gelukkig verleden tijd.
Bordje “zware rook” en een kalf dat niet wilde lopen
Maarten heeft in al die jaren genoeg bijzondere momenten meegemaakt. Zoals de provinciale verschillen die er vroeger waren. In Zeeland werd met rookmachines gewerkt, maar als je gewestelijk in Brabant moest spelen, lag er een bordje met “zware rook” op de grond. “Dan liep er een waarnemer achter je: bevelvoerder, hebt u het niet warm? Maar je had gewoon volop zicht. Daar had ik dan wel eens moeite mee.”
En dan was er die landelijke finale in Dronten, met een scenario waarbij een kalfje uit een box afgevoerd moest worden. Het dier werkte niet bepaald mee. Gelukkig zat er een boerenknecht in de ploeg. Die likte aan zijn vingers, stak zijn hand in de bek van het kalf, en het beest liep braaf achter hem aan. “Anders hadden we hem nooit weggekregen.”
Nog steeds aan de zijlijn
Maarten laat zich nog regelmatig zien op vaardigheidstoetsdagen. Hij is blij met hoe de toetsen zich ontwikkeld hebben: praktijkgerichter, landelijk meer op één lijn en met een steeds betere afstemming. Tegelijkertijd ziet hij dat het soms lastiger is geworden om ploegen bij elkaar te krijgen. De tijden zijn veranderd. Maar de kern is dezelfde gebleven.
Zijn verhaal is er een van iemand die het ABWC van binnenuit kent, van de kazerne tot het bestuur, van de rookmachine tot het beleidsdocument. En die op elk niveau dezelfde passie heeft gevoeld: voor het vak, voor de mensen en voor het idee dat je samen beter wordt.
Dit is deel 4 in de serie ‘Verhalen van Vakbekwaamheid’, ter ere van 80 jaar ABWC. Lees ook de verhalen van Joop Huizing, Theo Seubers en Guy Roumans.
80 jaar ABWC. De Kracht van Vakbekwaamheid!