“Eigenlijk was wedstrijdleider nog leuker dan voorzitter”
Guy Roumans over professionalisering, verzelfstandiging en de energie van de zaterdagen
Verhalen van Vakbekwaamheid, een serie in het kader van 80 jaar ABWC
Guy Roumans was commandant en instructeur bij de Veiligheidsregio Utrecht toen hij voor het eerst in aanraking kwam met de brandweervaardigheidstoetsen. Wat begon als waarnemer aan de zijlijn, groeide uit tot een rol als provinciaal wedstrijdleider en uiteindelijk voorzitter van het ABWC. Een periode waarin hij de organisatie hielp professionaliseren, verzelfstandigen en vernieuwen.
Van waarnemer tot wedstrijdleider
Het begon zoals het bij veel betrokkenen begint: via de vaardigheidstoetsen zelf. Guy was eerst een aantal jaren waarnemer, totdat hij gevraagd werd als tweede wedstrijdleider in de provincie Utrecht, onder Teun den Hartog. Utrecht was een grote provincie met veel vaardigheidstoetsen, en al snel besloten ze de rol te delen. Ze verdeelden de zaterdagen onderling, behalve bij de gewestelijke finales. Zo werd Guy provinciaal wedstrijdleider.
De stap naar het voorzitterschap
Via zijn werk als instructeur in het Gooi en de Vechtstreek kende Guy al langere tijd Joop Huizing, die daar actief was in het opleidingsgebeuren. Op een dag vroeg Joop hem of hij misschien een bestuursfunctie ambieerde bij het ABWC. Specifiek werd er een voorzitter gezocht. Guy zei ja. “Zonder spijt”, voegt hij daar met overtuiging aan toe. Hij vervulde de rol minimaal zes jaar, mogelijk nog langer.
Zelfstandigheid en de oprichting van de stichting
Een van de belangrijkste mijlpalen tijdens Guys voorzitterschap was de oprichting van de Stichting ABWC. De aanleiding? Het ABWC stond op dat moment op de website van de Nederlandse Vereniging van Brandweercommandanten en werd in zekere zin gezien als onderdeel van die organisatie. Toen de Vereniging opging in het toenmalige IFV, werd er met belangstelling gekeken naar het kapitaal dat het ABWC op de bank had staan. Dat geld was er niet zonder reden. Er waren veel vaardigheidstoetsen, er werd doorlopend geïnnoveerd en er moest een flink risicobedrag beschikbaar zijn.
Het ABWC werkte al zelfstandig en voelde zich ook zelfstandig. Om die onafhankelijkheid te borgen, werd besloten een stichting op te richten. Daarmee kreeg de organisatie niet alleen juridische zelfstandigheid, maar ook een stevige, rechtmatige basis. “We werkten al zelfstandig, we voelden ons zelfstandig. Met de stichting maakten we dat ook officieel.”
Professionalisering van de financiën
Naast de verzelfstandiging werd er in die periode flink gewerkt aan de financiële huishouding. De administratie was, zoals Guy het verwoordt, niet amateuristisch, maar werd wel grotendeels door vrijwilligers gedaan. Wouter, destijds penningmeester, zette zich in om van wat hij een “schoenendoosadministratie” noemde een professioneel financieel systeem te maken. Diana Bouwman nam het later van hem over en zorgde voor verdere stabilisering. Samen legden zij het financiële fundament waarop het ABWC kon bouwen.
Van wedstrijden naar vaardigheidstoetsen
Een andere belangrijke ontwikkeling in die periode was de overgang van “wedstrijden” naar “vaardigheidstoetsen”. Die naamsverandering was meer dan een woordkwestie. Het ging om het inbrengen van een levenslange leercyclus: eerst opleiden, dan trainen en vervolgens testen. De vaardigheidstoetsen van het ABWC werden het testmoment in die cyclus.
Dat vergde flink wat aanpassingen. De waarnemingsformulieren moesten zo worden ingericht dat ze ook bruikbaar waren als leerdocument. Na afloop moest een ploeg met het rapport thuis aan de slag kunnen om zich te verbeteren voor de volgende keer. Ook verdween de zogeheten K.O., de kardinale onvoldoende, van het formulier. Die werd te verschillend geïnterpreteerd door waarnemers en paste niet meer bij de nieuwe insteek. Het kostte de nodige discussie, maar uiteindelijk lagen er formulieren die goed aansloten bij het doel: vakbekwaamheid bevorderen.
De energie van de zaterdagen
Terugkijkend noemt Guy de rol van wedstrijdleider “eigenlijk nog leuker dan voorzitter”. Al weken voor een vaardigheidstoets was je betrokken bij het organiserend korps. Samen objecten bekijken, scenario’s bedenken en ervoor zorgen dat het niveau landelijk vergelijkbaar bleef. Op vrijdagavond was er altijd een proefvaardigheidstoets met een ploeg uit de buurt. En dan de zaterdag zelf.
“Dat enthousiasme bij die vrijwilligers. Die waren er gewoon trots op dat ze al die ploegen mochten ontvangen. Het kostte ongelooflijke inspanning van iedereen, met apparatuur, tegenspelers, alles. En aan het eind van de dag kwam de burgemeester voor de prijsuitreiking. Als die de uitslagen bekendmaakte, was het muisstil. En dan brak de hele kazerne los. Dat was een groot feest.”
Na afloop was er altijd nog een samenzijn met de organisatie. De wedstrijdleiding sloot de dag af in een café of bij een borrel. Het waren, zoals Guy zegt, fantastische dagen. Druk, intensief, maar onvergetelijk.
De kracht van betrokken mensen
Wat Guy ook bijbleef, waren de tweejaarlijkse bijeenkomsten met het bestuur en alle provinciale wedstrijdleiders. Een zaal vol instructeurs, allemaal begaan met het vak. Dat leverde soms zestien meningen over één onderwerp op. Maar als er eenmaal een besluit was genomen, ging iedereen het in het hele land uitdragen. En dan was het als voorzitter mooi om in de loop van het seizoen langs te gaan bij vaardigheidstoetsen en te zien hoe de gezamenlijke besluiten in de praktijk uitpakten.
Nog steeds betrokken
Guy gaat tegenwoordig af en toe nog kijken bij vaardigheidstoetsen. Soms samen met zijn kleinzoon, die de brandweer fantastisch vindt. De contacten van vroeger worden minder, dat gaat nu eenmaal zo. Maar de bewondering voor de creativiteit waarmee scenario’s worden bedacht is er nog steeds. “Vooral de landelijke finales zijn fantastisch. Het moet moeilijk zijn, maar ook begrijpelijk en realistisch. Dat was vaak een uitdaging. De organiserende korpsen wilden het altijd nog groter en spectaculairder maken. Dan moesten wij juist afremmen.”
Het warme gevoel is nooit verdwenen. Wanneer Guy terugkijkt op zijn jaren bij het ABWC, is het verhaal er een van trots, verbondenheid en liefde voor het vak. Van een organisatie die onder zijn voorzitterschap de stap maakte naar zelfstandigheid, professionalisering en een nieuwe kijk op vakbekwaamheid.
Dit is deel 3 in de serie ‘Verhalen van Vakbekwaamheid’, ter ere van 80 jaar ABWC. Lees ook de verhalen van Joop Huizing en Theo Seubers.
80 jaar ABWC. De Kracht van Vakbekwaamheid!