Klasse Brandbestrijding

In de klasse Brandbestrijding worden vaardigheidstoetsen geënsceneerd die inspelen op kerntaak Brandbestrijding en in het bijzonder brandbestrijding in gebouwen.

Bij scenario’s in de klasse Brandbestrijding vormen de Basisprincipes van Brandbestrijding (BPB), Situationele Commandovoering (SC) en Human Factors (HF) het uitgangspunt. De huidige waarnemingsformulieren zijn daarop aangepast. Bron voor de aanpassingen zijn de actuele toetswijzers van het Centrum voor Vorming en Opleiding Brandweer (COVB).

Wat is de Klasse Brandbestrijding?

In de klasse Brandbestrijding worden vaardigheidstoetsen geënsceneerd die inspelen op kerntaak Brandbestrijding en in het bijzonder brandbestrijding in gebouwen. De bluswerkzaamheden kunnen worden uitgebreid met reddings-, lichte hulpverleningsen/of bergingswerkzaamheden. De mogelijkheid bestaat dat ondersteunende voertuigen worden ingezet bij de aanpak van het incident. Deze wordt door het organiserende korps beschikbaar gesteld. De bevelvoerder van de deelnemende ploeg bepaalt of en hoe deze worden ingezet, conform de praktijk. Dit alles onder tijdsdruk, met een zo realistisch
mogelijk scenario. Daarbij leveren overige diensten als politie, ambulance en (lotus)slachtoffers een natuurlijk tegenspel.

Wat is nodig om mee te kunnen doen aan de Klasse Brandbestrijding?

De inzet in Klasse Brandbestrijding dient te gebeuren door de bezetting van de deelnemende ploeg met middelen uit de TS. De scenario’s van de klasse Brandbestrijding zijn op meerdere manieren op te lossen/aan te pakken. Dit kan met een divers aanbod van middelen, HD of LD-stralen, O-bundels of een combinatie daarvan. Ongeacht de
middelen die in een TS aanwezig zijn, maakt iedere ploeg evenveel kans op de overwinning in de Klasse Brandbestrijding. Het draait minder om techniek en meer om tactiek, waarbij de gekozen techniek wel goed toegepast dient te worden.

Wat zijn de uitgangspunten van de Klasse Brandbestrijding?

Bij scenario’s in de klasse Brandbestrijding vormen de Basisprincipes van Brandbestrijding (BPB), Situationele Commandovoering (SC) en Human Factors (HF) het uitgangspunt.
In de klasse Brandbestrijding zijn de Basisprincipes van Brandbestrijding het uitgangspunt.
Deze bestaan uit vijf eenvoudige en praktische vuistregels voor het bestrijden van gebouwbranden:
1. Neem meer tijd (stop en denk na).
2. Doe een buitenverkenning, met als doel de brandruimte van buiten te vinden en de brand van buiten te blussen.
3. Beantwoord drie vragen tijdens de buitenverkenning:
a. Waar zit de brand?
b. Is de brand (van buitenaf) bereikbaar?
c. Is er voldoende koelend vermogen?
4. Als het gaat om een klein gebouw zoals een woning, of een gebouw met kleine ruimten, en er is voldoende koelend vermogen, dan is een offensieve binneninzet in het algemeen veilig mogelijk onder voorwaarden.
5. Schat het potentiële brandvermogen in en neem voldoende koelend vermogen mee.

Gebruik de vuistregels voor (potentieel) brandvermogen en benodigd koelend vermogen.
Daarnaast wordt gekeken naar de situationele commandovoering. Dit is Het inschatten van de ontwikkeling van een incident en het vaststellen van doelen tijdens de inzet.
Situationele commandovoering bestaat uit het nemen van beslissingen over operationele zaken en het laten uitvoeren van deze beslissingen. Als bevelvoerder kun je pas goed
sturing of leiding geven aan incidentbestrijding als je weet wat er gaande is, welke bedreigingen er zijn en welke kansen er liggen.
Er zijn 3 verschillende situaties waarmee een bevelvoerder geconfronteerd kan worden:
1. Hij/zij weet wat er aan de hand is en weet ook hoe dit is op te lossen.
2. Hij/zij weet wat er aan de hand is maar weet niet hoe dit op te lossen is.
3. Hij/zij weet niet precies wat er aan de hand is en weet ook niet hoe dit op te lossen.

En een belangrijke factor bij commandovoering ben jij als mens. Dit noemen we “Human Factors”. Het is belangrijk om te weten welke human factors van invloed kunnen zijn op je commandovoering.

Alle incidenten bevatten stressfactoren:
- De verantwoordelijkheid voor het incident.
- De dreiging van slachtoffers en/of schade.
- De eigen veiligheid en die van collega’s, omstanders en slachtoffers.
- De onzekerheid hoe het incident zich ontwikkeld.
- De onzekerheid over wat mogelijke oplossingsrichtingen zijn.
- Een gevoel van gebrek aan ervaring.
- De (beleving van) grote tijdsdruk.
Stressfactoren kunnen leiden tot (automatische) stressreacties.

Hoe werkt de enscenering in de Klasse Brandbestrijding?

De enscenering dient zodanig te zijn dat duidelijk is wat bedoeld wordt. Hoe lastig dit ook kan zijn, een brand met een hoge vuurlast waarop een HD-blussing geen effect heeft moet er ook zo uit zien.
De enscenering moet kunnen reageren op de inzet van de ploeg, middels
afstandsbediening, klik aan klik uit, of iets dergelijks. Dynamische enscenering dus.
Om het scenario dynamisch te laten zijn is een regisseur van het scenario onmisbaar. Het scenario wordt uitgewerkt in een storyboard. De regisseur kijkt naar de inzet van de ploeg en zorgt ervoor dat de enscenering daarop reageert aan de hand van het storyboard.

Kennis en ervaring opdoen in de Klasse Brandbestrijding.

De waarnemers geven direct na de deelname persoonlijke feedback aan iedere individuele deelnemer. De opgedane kennis en ervaring nemen de deelnemers mee in de praktijk.
Elke ploeg krijgt bij de prijsuitreiking een rapport met daarin een waardering van de verrichtingen en een overzicht van de  aandachtspunten. De opgedane leerpunten kunnen vervolgens verwerkt worden in de lokale oefeningen en bijscholingen.
Bovendien worden deelnemers in staat gesteld na eigen inzet andere korpsen hetzelfde scenario aan te zien pakken. Hierdoor kan geleerd worden van elkaar.

Een mooi en goed scenario in de klasse Brandbestrijding vraagt dus om een meer dynamische vorm van ensceneren. Wij dagen de organiserende korpsen ook uit om hier mee aan de slag te gaan.